FAQ

Mag ik een openbare autobus gebruiken om met de leerlingen van het atheneum van Hasselt naar de zoo van Antwerpen te gaan?

A: Neen. Het betreft hier een ongeregelde dienst die enkel met een autocar mag uitgevoerd worden. De openbare autobussen mogen enkel geregeld vervoer (ook de versterkingsritten, nl. de diensten bovenop diegene die vermeld staan op de dienstregeling, langs de reisweg van een bestaande openbare lijn) en bijzonder geregeld vervoer verzekeren.

Ik ga per autocar met leerlingen van het tweede leerjaar een museum bezoeken op 10 kilometer van de school. Mag ik vragen om drie kinderen op een dubbele zetel te vervoeren?

A: Neen. Voor alle verplaatsingen per autocar wordt de regel « één kind = één plaats » toegepast. De capaciteit van het voertuig wordt trouwens ook vermeld op de carrosserie naast de instapdeur. Als het aantal te vervoeren passagiers die capaciteit overschrijdt, zal de vervoerder of chauffeur weigeren om te vertrekken vanwege zijn verantwoordelijkheid.

De autocar is uitgerust met veilgheidsgordels op alle zetels. Moeten de kinderen hun gordel dragen? Hoe wordt dit gecontroleerd? Bepaalde kinderen zijn kleiner dan 1m35. Moeten zij vastgemaakt worden met een aangepast systeem ?

A: Het verkeersreglement is hieromtrent erg duidelijk: iedereen die plaats neemt op een zetel met veiligheidsgordel moet die ook dragen. De autocar is trouwens uitgerust met zelfklevers die eraan herinneren dat het verplicht is de gordel te dragen. Bovendien heeft de FBAA een film, “Veiligheidstips voor touringcars”, gemaakt die deze verplichting benadrukt. De bedoeling is om deze film te tonen bij het begin van de reis. Spreek af bij de reservering dat dit ook effectief gebeurt. Tegelijkertijd is het ook aanbevolen dat u, als verantwoordelijke van de groep, deze verplichting herinnert aan alle passagiers. De verplichting om over een aangepast systeem te beschikken om kinderen kleiner dan 1m35 vast te maken, geldt niet voor voertuigen met meer dan 8+1 plaatsen. Het blijft wel verplicht om de gordel te dragen.

Vanaf hoeveel gereden kilometers moet er een tweede chauffeur aan boord van de autocar zijn?

A: Het aantal kilometers is niet beperkt, maar de rij- en diensttijd zijn dat wel. Als de chauffeur langer dan 10 uur moet rijden of als de reis langer dan 15 uur duurt, moet er een tweede chauffeur zijn. Er zijn twee mogelijkheden: de twee chauffeurs zijn aan boord van de autocar vanaf het vertrek of er is een aflossing voorzien onderweg (de eerste chauffeur verlaat het voertuig en de tweede komt aan boord). Men mag niet vergeten dat, in geval van aflossing, de bijkomende tijd om het voertuig te bereiken (bijvoorbeeld van Brussel naar München) moet meegerekend worden behalve als de chauffeur per trein of per boot vervoerd werd en daar een bed ter beschikking heeft gekregen of als hij ter plaatse een dagelijkse rusttijd in acht heeft genomen vóór aan boord te gaan. Rekening houdend met het belang van dit aspect voor de verkeersveiligheid, is het essentieel duidelijke overeenkomsten te sluiten hieromtrent bij de bestelling van de autocar.

We zijn in Parijs met leerlingen van de retorica en we zijn om middernacht teruggekeerd naar het hotel na een rondrit langs de verlichte monumenten. Om hoe laat mag de chauffeur morgenvroeg herbeginnen?

A : De minimale rusttijd tussen twee prestaties bedraagt 9 uur. Dit houdt in dat de chauffeur zijn dienst om 9 uur ’s morgens kan herbeginnen voor zover zijn dienst afgelopen is wanneer de groep terug in het hotel komt.

We keerden terug van een reis naar Tyrol. Hoewel we maar één uur verwijderd waren van de school, heeft de chauffeur ons verplicht om drie kwartier halt te houden op een parking langs de autosnelweg. Kon hij niet verder rijden en uitrusten nadat hij de passagiers had afgezet?

A: Neen. Na maximum 4 u 30 min. rijden moet de chauffeur een pauze van 45 min. in acht nemen. Als de chauffeur daar gestopt is, mag men niet vergeten dat het niet enkel het naleven van de reglementering betreft, maar ook en vooral de veiligheid van alle passagiers.

right